Silence is not the way

we need to talk about it

Nazomer

Ik wist dat het lekker warm zou worden vandaag, dus ik had gelijk maar een nieuw bloesje aangedaan dat binnenkort misschien alweer wat koud is. Door de dikke mist reed ik naar het werk. Het was toch behoorlijk koud in de auto en de beloofde zon was ver te zoeken. Het zou toch niet weer zo'n dag worden waarop iedereen, hopend op een laatste zonnetje, te licht gekleed zou gaan?

Op het werk aangekomen was mijn kamer aangenaam warm. Toch wel een beetje bijzonder, want hoewel mijn kamer 's middags zon krijgt, is het er in die paar weken dat ik er nu werk toch altijd wat fris. Na een kwartiertje kwam ik erachter dat het raam zelfs openstond. Wie had dat gedaan? Wie maakt er op mijn vrije dag gebruik van mijn kamer? Aangezien ik nog een berg werk had liggen, deed ik het raam dicht en stond er verder niet bij stil dat het open raam de aangename temperatuur eigenlijk alleen maar vreemder maakte. Totdat na een half uurtje badend in de beloofde zon te hebben gewerkt de temperatuur toch wel wat té warm werd. 'Wat een enthousiaste zon,' dacht ik. 'Dit hoeft nu ook weer niet, zodadelijk loop ik weer te zweten!'

Opeens kreeg ik een ingeving. Had mijn collega, waarmee ik woensdag van kamer had gewisseld, niet iets opgemerkt over mijn verwarming die het gelukkig wel deed? En inderdaad, de kachel stond te gloeien! Ik heb hem uitgedraaid en een dagje in een heerlijke temperatuur gewerkt.

Tags: